Paulus Jansen

Weblog
Paulus Jansen

Wethouder wonen, ruimtelijke ordening, sport, dierenwelzijn en vastgoed in de gemeente Utrecht

donderdag 30 januari 2014, 17.04 uur – paulus
Categorie: Kamervragen, milieu, water

Onderzoek nieuwe zuiveringstarieven “grootverbruikers” voor de zomer afgerond

Ik stelde onlangs schriftelijke vragen over het project modernisering zuiveringsheffing. Dat project heeft betrekking op grotere industriële lozers van afvalwater. De meesten van hen zijn op dit moment aangesloten op een publieke zuiveringsinstallatie van een waterschap, anderen hebben een eigen installatie. De afkoppeling van grote afvalwaterstromen kan grote gevolgen hebben voor het zuiveringstarief van de achterblijvende (gebonden) kleinverbruikers en leiden tot kapitaalvernietiging bij publieke installaties. Alle reden voor waakzaamheid.

De minister meldt vandaag dat het project naar verwachting voor de zomer wordt afgerond. Het onderzoek wordt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu uitgevoerd door Royal Haskoning DHV. In de begeleidingscommissie zitten naast medewerkers van IenM en een aantal waterschappen, vertegenwoordigers van bedrijven waar het anti-afhaak- vraagstuk een rol speelt. Verkend wordt hoe een nieuwe zuiveringsheffing voor bedrijven eruit zou kunnen zien. Het betreft een vrij technisch inhoudelijk onderzoek. Als er kansrijke optie(s) uit het onderzoek naar voren komen, zal dit met organisaties van kleingebruikers worden besproken.

Ik denk dat de Kamer de uitkomsten van het onderzoek zorgvuldig moet bespreken. Je kan niet zeggen dat afkoppelen per definitie slecht uitpakt voor het milieu of de achterblijvende gebonden gebruikers, maar de kans op dergelijke effecten is wel substantieel. Ook dienen private installaties te voldoen aan exact dezelfde kwaliteits- en transparantie-eisen. Of dat nu het geval is waag ik te betwijfelen.

Lees hier de volledige antwoorden op mijn schriftelijke vragen: WATER 20140130 ANTW afkoppelen afvalwaterzuivering

2 reacties »

  1. Onderstaande reactie op n.a.v. uw interview met Waterforum is gisteren op het forum geplaatst. Ik wil u deze niet onthouden.

    Directeur Water Roy Tummers van VEMW pleit in een reactie op de bijdrage van het SP-Tweede Kamerlid Paulus Jansen voor een nieuw en transparanter heffingssysteem voor afvalwaterzuivering gebaseerd op kostenoriëntatie, transparantie en duurzaamheid. Dat kan er volgens hem toe leiden dat bedrijven de zuivering van hun afvalwater aan de waterschappen overlaten zodat onderbezetting op de RWZI wordt voorkomen en bedrijven zich kunnen concentreren op hun kerntaken.

    Paulus Jansen maakt zich in zijn bijdrage voor het discussieforum zorgen over bedrijven die afhaken van de infrastructuur van het waterschap. Die zorg is terecht! Inderdaad is dit een ongewenste ontwikkeling. Gevolg is namelijk dat de andere gebonden lozers (burgers en bedrijven) meer moeten betalen aangezien de vaste lasten over minder lozers moeten worden gespreid. Ook kunnen er capaciteitsproblemen ontstaan bij de RWZI’s . De oplossing die Jansen lijkt voor te stellen (‘bedrijven verplichten om gebruik te maken van de communale zuivering’) is echter weinig creatief en bovendien onhaalbaar omdat waterschappen bedrijven sinds de komst van de Wabo niet langer kunnen tegenhouden als zij hun afvalwater zelf willen zuiveren. Belangrijker nog is dat zijn oplossing het onderliggende probleem niet aanpakt. Dat probleem ligt verscholen in het systeem.

    Afhaken nam aan het eind van de vorige eeuw een hoge vlucht door de sterk gestegen zuiveringstarieven. In die tijd legde de zogenaamde Commissie Togtema uit dat overwegingen van bedrijven om af te haken voortvloeiden uit het feit dat elke waterbeheerder voor alle lozingen hetzelfde tarief per vervuilingseenheid rekent, en in dat tarief bovendien kosten zijn verdisconteert die geen relatie hebben met het zuiveren van afvalwater. Het tarief wordt simpelweg vastgesteld door de kosten te delen door het aantal vervuilingseenheden. Deze benadering gaat voorbij aan het feit dat specifieke kenmerken van afvalwater zoals: samenstelling, debietvariatie en temperatuur maar ook de bezettingsgraad van de ontvangende zuivering tot een geheel andere kostenopbouw kunnen leiden dan in het huidige vaste tarief worden gepresenteerd. Ook wordt de heffing nog steeds gebaseerd op mogelijk schadelijke effecten voor het milieu. Dat is opmerkelijk nu er anno 2014 op een andere manier tegen afvalwater wordt aangekeken. Afvalwater wordt namelijk beschouwd als een waardevolle bron van energie en grondstoffen. Bovendien kan afvalwater dat rijk is aan organische stoffen de doelmatige werking van een zuivering bevorderen, hetgeen leidt tot lagere kosten. Helaas klinken transparantie, kostenoriëntatie en duurzaamheid nog steeds niet door in de antieke financieringsstructuur die we in Nederland gebruiken. Een nieuw en transparanter systeem gebaseerd op kostenoriëntatie en duurzaamheid kan ertoe leiden dat bedrijven de zuivering van hun afvalwater aan de waterschappen overlaten zodat onderbezetting op de RWZI wordt voorkomen en bedrijven zich kunnen concentreren op hun kerntaken.

    Verder valt op dat het betoog van Jansen op onderdelen nogal eenzijdig is. Zo wekt hij de indruk dat bedrijven enkel en alleen afhaken vanwege het kostenaspect. Dat is wel een erg smalle benadering. Uiteraard speelt het kostenaspect een rol. Echter, voor veel bedrijven geldt dat er ook andere redenen kunnen zijn om af te haken. Hierbij kan worden gedacht aan procesoptimalisatie en –integratie. Zo kan het biogas dat met een eigen waterzuivering wordt opgewekt dienen voor energieopwekking. Jansen stelt dat bundeling van afvalstromen op de RWZI leidt tot rendabele investeringen. Dat is nog maar de vraag. Zeker als het gaat om de grondstoffenfabriek heeft de praktijk nog niet aangetoond dat dit werkelijk zo is. Bovendien zijn afvalstromen van bedrijven vaak zo geconcentreerd dat een benadering op individueel niveau wellicht efficiënter is.

    Jansen stelt voorts dat bedrijven die zelf zuiveren minder goede zuiveringsprestaties leveren dan publieke installaties. Bedrijven die het water zelf zuiveren en lozen worden geacht de best beschikbare technieken toe te passen en beschikken over zeer geavanceerde zuiveringen. De benodigde vergunning verkrijgen ze pas na een uitvoerige beoordeling van de ‘restlozing’: de lozing die overblijft na toepassing van diezelfde best beschikbare technieken. Er is met andere woorden geen enkele reden om aan te nemen dat de zuiveringsprestaties van bedrijven achter blijven. Overigens wordt algemeen erkend dat waterverontreiniging door puntbronnen is teruggebracht tot een niveau dat niet meer als probleem wordt gezien, hooguit als een probleem van beheersmatige aard. Dit in tegenstelling tot de diffuse bronnen die wrang genoeg nog steeds worden ontzien.

    Jansen vreest tot slot dat de controle op de naleving niet adequaat is. Ook deze bewering lijkt nogal ongefundeerd. Bedrijven die lozen zijn onderhevig aan handhaving door het bevoegd gezag. Dit geldt zowel voor (directe) lozingen op oppervlaktewater als voor lozingen op de gemeentelijke riolering. Handhaving geschiedt via het periodiek meten en bemonsteren van het te lozen afvalwater. Overigens leggen bedrijven net als waterschappen keurig verantwoording af over hun zuiveringsprestaties. Zij doen dit in hun milieuverslag.

    Roy Tummers
    directeur Water VEMW

    Reactie door Roy Tummers — januari 31, 2014 @ 11:13 am

  2. Play inotamrfive for me, Mr. internet writer.

    Reactie door Fabio — oktober 1, 2015 @ 4:10 pm

RSS-feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI

Geef een reactie

www.sp.nl