Paulus Jansen

Weblog
Paulus Jansen

Wethouder wonen, ruimtelijke ordening, sport, dierenwelzijn en vastgoed in de gemeente Utrecht

donderdag 9 januari 2014, 17.22 uur – paulus
Categorie: Kamervragen, water

modernisering zuiveringsheffing: hoe houden we de afhakers binnenboord?

In heel Nederland zijn de afgelopen 40 jaren afvalwater zuiveringsinstallaties (RWZI’s) gebouwd. Eerst door de provincies, later door de waterschappen. Bekostigd uit de zuiveringsheffing van de waterschappen, opgebracht door de huishoudens en de bedrijven. Maar ho: dat zijn wel steeds minder bedrijven. De afgelopen tien jaar zijn 1,8 miljoen vervuilingseenheden (VE’s) aan afvalwater afgekoppeld van de publieke zuiveringen, omdat de bedrijven de zuivering in eigen hand nemen. Is dat een positieve ontwikkeling?


publieke waterzuiveringen (afgebeeld: Beemster) vergen grote investeringen. Die worden ondermijnd door afhakers.

Laat ik maar beginnen met mijn antwoord: in de meeste gevallen niet. Zeker als de zuiveringscapaciteit van een bestaande installatie mede gebaseerd is op het afvalwater van bedrijven in het werkgebied is er sprake van kapitaalvernietiging als bedrijven in de loop van de levensduur van zo’n installatie afhaken, omdat ze het zelf goedkoper denken te kunnen doen. De rekening van die kapitaalvernietiging wordt betaald door de achterblijvers, in het algemeen: de huishoudens en het MKB.

Een tweede bezwaar/risico is het effect op de zuiveringsprestatie. Bij de bedrijven staat kostenbesparing voorop als overweging om af te koppelen, terwijl bij de publieke waterschappen ook de zuiveringsprestatie een belangrijke drijfveer is. Daarover leggen de waterschappen tweejaarlijks in hun publicatie Waterschapspeil verantwoording af. Voor bedrijven gelden dezelfde wettelijke eisen als voor waterschappen, maar de vraag is of de controle op de naleving van de eisen adequaat is (ik vrees van niet). In ieder geval is onwaarschijnlijk dat de private afvalwaterzuiveringen méér doen dat het absolute wettelijke minimum, terwijl veel publieke installaties een veel hoger peil halen.

Een derde bezwaar is dat bedrijven selectief afhaken: het gemakkelijke deel van de afvalwaterstromen worden voortaan zelf gezuiverd, terwijl het moeilijke deel alsnog wordt afgevoerd naar de publieke zuiveringsinstallaties. Je kan dat natuurlijk tegengaan door (nog meer) tariefdifferentiatie, maar het lijkt me aannemelijk dat de kosten voor bemonstering en andere controles daardoor sterk zullen stijgen.

Een vierde bezwaar is dat RWZI’s zich steeds meer ontwikkelen tot grondstof- en energiefabrieken. Uit de reststromen kan je biogas produceren en grondstoffen als fosfaat halen. Dat vereist flinke investeringen en een flinke schaalgrootte. De bundeling van afvalstromen van huishoudens en bedrijven kunnen dat soort investeringen rendabel maken, terwijl versnippering ertoe leidt dat de afzonderlijke installaties te klein zijn voor investeringen in nieuwe technieken.

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu is in 2012 gestart met een project modernisering zuiveringsheffing, dat ertoe moet leiden dat bedrijven niet meer afhaken van de publieke zuiveringen en wellicht zelfs een aantal afhakers weer terugkeren. Da’s op zich positief. Minder positief is dat het belangrijkste middel dat wordt ingezet een tariefkorting is voor de bedrijven. Een voorbeeld is de recente deal van waterschap Aa en Maas en Heineken NV, waarbij de brouwerij in Den Bosch een jaarlijkse korting van drie ton krijgt op de zuiveringsheffing. Ontegenzeglijk is de deal beter dan afkoppelen, maar de vraag is of hij optimaal is uit het oogpunt van maatschappelijke kosten en maatschappelijk verantwoord ondernemen (…).

Wat mij betreft moeten bedrijven tegen een kostendekkend tarief gebruik (blijven) maken van de publieke RWZI, tenzij ze via een onafhankelijk onderzoek aantonen dat de maatschappelijke kosten van zelfzuivering lager zijn, dan wel de kwaliteit van de zuivering beter. Dat kan in specifieke gevallen zeker voorkomen, maar veel vaker zullen de maatschappelijke kosten van de afvalwaterzuivering juist toenemen door de versnippering.

Om deze reden heb ik samen met mijn SP-collega Henk van Gerven minister Schultz een aantal schriftelijke vragen gesteld over het project modernisering waterbeheer.
Lees hier mijn schriftelijke vragen: WATER 20140109 SV private afvalwaterzuivering DEF

2 reacties »

  1. Paulus Jansen snijdt hier een groot probleem aan, met name ook financieel voor de ingelanden en andere overblijvenden binnen de waterschappen. Zij zullen op de een of andere wijze de gehele kosten van de zuiverings-installaties moeten dragen. Het is namelijk de vraag of er voldoende nieuwe klanten zijn om de capaciteit volledig te kunnen opvullen. Erger is nog, dat het door bedrijven voorgezuiverde water meestal alsnog op het riool wordt geloosd waardoor er geen volumecapaciteit vrijkomt. Het is momenteel nl. (nog) niet toegestaan dit voorgezuiverde afvalwater op het oppervlaktewater te lozen. Het waterschap zit alsnog met dit voorgezuiverde water, maar met minder inkomsten, omdat het aantal af te rekenen vervuilingseenheden en dus ook de belasting-opbrengst afneemt.
    De discussie wordt ook wel dik en dun afvalwater genoemd. Het is veel makkelijker een grote hoeveelheid afvalstoffen weg te zuiveren uit dik water met veel afvalstoffen, dan uit dun water waar voor hetzelfde resultaat veel meer water moet worden gezuiverd. En op de hoeveelheid weggezuiverde afvalstoffen wordt het waterschap door de hogere overheden beoordeeld.
    Deze discussie speelt zich af binnen de Algemene WaterschapsPartij. We vragen ons af of er niet ook betaald moet worden voor volumecapaciteit naast voor het aantal vervuilingseenheden.

    Reactie door Peter P.M. Ruijs — januari 23, 2014 @ 4:50 pm

  2. Beste Paulus,

    graag wil ik nog twee aspecten toevoegen aan de reactie van Peter:
    - Waterschappen hebben een ontvangplicht. Een geheel of gedeeltelijk gezuiverde lozing mag het waterschap niet weigeren. dat betekent dat al de pompen gewoon op het maximale volume moeten draaien.
    - bedrijven kunnen eenvoudiger zuiveren, omdat ze precies weten wat er in hun afvalwater zit. Maar hun berekening om al of niet zelf te zuiveren, wordt bepaald door de heffing op hun afvalwater. Veel stoffen, vooral veel chemische stoffen, zitten niet in de heffing en die hoeven ze er dus ook niet uit te halen. De milieuwinst is dus lang niet altijd groot. dit kun je alleen bereiken als er veel strengere eisen op zelfzuivering worden opgelegd.

    Toon Voets, Water Natuurlijk

    Reactie door toon Voets — januari 31, 2014 @ 12:19 pm

RSS-feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI

Geef een reactie

www.sp.nl