Paulus Jansen

Weblog
Paulus Jansen

Wethouder wonen, ruimtelijke ordening, sport, dierenwelzijn en vastgoed in de gemeente Utrecht

donderdag 15 maart 2012, 10.15 uur – paulus
Categorie: Kamervragen, wonen

waterwoningen: fiscale maas in de wet?

Waterwoningen. Anders dan woonboten zijn het gewone huizen, met één verschil: ze drijven op het water en worden op hun plaats gehouden door een aantal meerpalen. Voor de fiscus is het verschil een stuk groter, zo bleek uit een recente uitspraak van de Hoge Raad. Die stelt dat waterwoningen geen woningen zijn in de zin der wet, dus vrijgesteld zijn van overdrachtsbelasting. Reden om samen met mijn collega Farshad Bashir eens uit de zitten hoe het precies zit met deze maas in de fiscale wetgeving.


waterwonen is booming; heeft dat iets met de fiscale behandeling te maken?

Het lijkt me aannemelijk dat de uitspraak van de HR ook effect heeft voor de mogelijkheden voor de heffing van onroerende zaakbelasting, eigenwoningforfait e.d. Daarmee zouden de gefortuneerde bewoners van waterwoningen véél gunstiger behandeld worden dan gewone eigen-woning-bezitters op de vaste wal. Dat lijkt ons niet de bedoeling.

Lees hier onze schriftelijke vragen: VH 20120314 SV waterwoningen

6 reacties »

  1. Beste Paulus,
    In toenemende mate wordt vanuit enkele richtingen getracht een onderscheid te laten ontstaan of bestaan tussen “woonboten” en “waterwoningen”. Er hoeft niets mis te zijn met het creëren van verschillen, als daar anderen niet de dupe van (kunnen) worden.
    Op de wal zie je verschillen, een tussenwoning is iets anders dan bijvoorbeeld een hoekwoning of een twee-onder-een-kapwoning. Het onderscheid daarvan resulteert echter niet in een andere (bijvoorbeeld juridische) behandeling van de verschillende verschijningsvormen.
    Op het water is dat niet anders, al eeuwen wordt op het water gewoond in woonboten in verschillende verschijningsvormen, onder meer in vrachtschepen, omgebouwde exemplaren, speciaal voor bewoning gebouwde arken. Ook daar resulteert het onderscheid daarvan niet in een andere behandeling.
    Tot ineens sommigen (met name uit commercieel belang) bedachten dat er iets anders moest komen met een veel deftiger uitstraling, ook drijvend en om op te wonen (als het ware een moderne woonboot), de waterwoning.
    Je schrijft dat het, anders dan woonboten, gewone huizen zijn. Met dergelijke beweringen kan het de verkeerde kant op gaan.
    Als er een onderscheid aangegeven wordt zonder duidelijke definities, gebaseerd op bijvoorbeeld een verondersteld gefortuneerd zijn van de bewoners, kunnen anderen daarvan de dupe worden.
    Vooralsnog zijn alle drijvende objecten waarop gewoond wordt formeel gelijk. Noem het allemaal woonboten of wat je maar wilt, maar pas op met het gekunsteld creëren van onderscheid.
    Na de zin in je tekst over de gunstiger behandeling van bewoners van waterwoningen, wat jullie niet de bedoeling vinden, kun je bedenken: op welke wijze worden bewoners van alle drijvende woningen (woonboten) benadeeld door het willen aanpassen van de situatie van een (onduidelijk gespecificeerde) selecte vorm van woningen op het water?
    Vraag 5 luidt: “Zijn er verschillen tussen de fiscale behandeling van woonboten en van waterwoningen? Welke?”
    Voorafgaand dient helder te zijn: “Zijn er formele verschillen tussen woonboten en waterwoningen (anders dan de uiterlijke verschijningsvorm)? En hoe zijn de vormen en het onderscheid daartussen gedefinieerd? Oftewel: is het van belang te weten wanneer iets een woonschip, een woonark, een waterwoning, een watervilla is?”
    Overigens dank ik je voor je inzet voor de waterwoonproblematiek in het algemeen.

    Reactie door Niek — maart 16, 2012 @ 8:28 am

  2. Goede verhandeling Niek, ik las net ook even het aardig uitputtende lijstje op je website. Alleen ik zag dat de uitspraak vand e raad van state over woonboten en de woningwet er nog niet bij staat? woonboten vallen wel onder de woningwet? Dat kan natuurlijk helemaal niet….
    Groet,
    Bas

    Reactie door Bas — maart 17, 2012 @ 9:34 am

  3. @Niek en @Bas,

    Ik ben zeer geinteresseerd in suggesties voor een heldere grens tussen woonboten en waterwoningen. Daarbij zou je kunnen denken aan verplaatsbaarheid, maar ook aan woonoppervlak. De essentie van mijn vragen is dat ik mij zorgen maak over een ontwikkeling, waarbij projectontwikkelaars een maas in de wet gebruiken om het reguliere belastingregime voor woningen te ontduiken.

    Reactie door Paulus Jansen — maart 17, 2012 @ 10:24 am

  4. Geachte heer Jansen,
    Agit-prop. Dat is het eerste wat in mij opkwam toen ik uw vragen en blogbericht las.
    U stelt voorop dat de overheid belastinginkomsten derft. Een tweede aanname is dat gefortuneerde bezitters van waterwoningen véél gunstiger worden behandeld dan eigen-woning-bezitters op de vaste wal. Vervolgens denkt u een ontwikkeling te bespeuren waarbij projectontwikkelaars een maas in de wet gebruiken om het reguliere belastingregime voor woningen te ontduiken.
    1. Om wie gaat het u nou, projectontwikkelaars of vermeend gefortuneerde waterbewoners?
    2. En om eerste of tweede woningen?
    3. Over het laten bouwen van een waterwoning/woonschip wordt btw betaald. Ik zie geen verschil met woningen op de wal.
    4. Art. 221 Gemeentewet bepaalt dat gemeenten de -autonome- bevoegdheid hebben om een roerenderuimtebelasting vast te stellen, helemaal analoog aan de onroerende zaakbelasting. Of gemeenten zo’n verordening maken, dat is een andere vraag. Voor de wet is er in ieder geval geen onderscheid. Gelijker kan toch niet?
    5. Bezitters van een waterwoning/woonschip/woonark/drijvende woning/watervilla betalen zo’n 0,3% hogere hypotheekrente, ook aan die banken die met staatssteun overeind wordt gehouden. Misschien goed om te onthouden.
    6. Een hypotheek op een schip wordt ingeschreven in de openbare registers, in casu het scheepsregister van het Kadaster. De belastingdienst heeft een abonnement op deze informatiestroom en zal dan ook ingrijpen als iemand wel hypotheekrenteaftrek opvoert, maar geen eigenwoningforfait opgeeft. Makkelijker kan het niet zijn (leuker ook niet trouwens).
    7. Drijvende woningen/woonschepen/woonarken/watervilla’s komen nooit in aanmerking voor tijdelijke fiscale voordeeltjes waar eigen-woning-bezitters op de vaste wal wel gebruik van kunnen maken. Wie zit hier nou in een gunstiger positie?
    8. U wenst een helder onderscheid tussen waterwoningen en woonboten. Die vindt u in het Bouwbesluit. En bij de bestuursrechter als het gaat om woonboot=waterwoning=bouwwerk, maar dan anders. De woonschipeigenaar/bewoner berooid achter latend en beroofd van al zijn ilusies over rechtszekerheid, rechtmatigheid en rechtvaardigheid. Wat ooit het enige beetje veiligheid bood, de wetenschap dat de Woningwet niet is bedoeld voor WOONschepen, heeft de bestuursrechter lekker uit zijn netje laten vallen. Over mazen gesproken.
    9. Het BW is helder genoeg: er zijn roerende zaken en onroerende zaken. Alles wat blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven, drijft of heeft gedreven is een schip en dus een roerende zaak. Dat is echt niet zo moeilijk. Maar als er op die roerende zaak wordt gewoond dan begint de geldklopperij, bemoeizucht en repressieve regeldrift. Beetje vreemd in deze era van regeldrukvermindering.
    10. Woonoppervlak een criterium voor het wel of niet woonboot zijn? Mijn woonboot/watervilla/drijvende woning/woonark heeft een woonoppervlak van wel 200 vierkante meter. Mag dat nog?
    11. Verplaatsbaarheid als criterium? Het zou leuk zijn als we vandaag hier en morgen daar zouden kunnen liggen (lekker op de zon hè). Binnen twintig minuten is alles losgekoppeld, bootje voor en bootje achter, toedeloe. Alleen vindt de gemeente dat echt geen goed idee. Dus verplaatsbaar zijn is ook al geen criterium. We willen wel, maar mogen niet. Zolang iets drijft, is het verplaatsbaar. Zelfs het SS Rotterdam.
    12. Zo, mijn keelgat is weer vrij. Nu de oplossing: láát die overdrachtbelasting. Met die paar pegels wordt de miljardencrisis echt niet overwonnen. Biedt de bewoners/eigenaren van woonschepen/watervilla’s etc bescherming tegen de willekeur van overheden door een expliciet verbod op toetsing aan de Wabo/het Bouwbesluit. Al die Wabo-aanschrijvingen zijn namelijk niet volgens het doel en de strekking van die wet, maar om woonschepen an sich te kunnen wegjagen. Als dat stopt, scheelt ‘t een hoop kosten voor de rechtsmacht en de bouwpolitie kan zich weer gaan concentreren op stenenstapelaars op de wal. Regel huurbescherming voor ligplaatsen en verplichte opname van ligplaatsen in de bestemmingsplannen. Gemeenten en projectontwikkelaars moeten vooral lekker allerlei watervinex maken met juichende folders over ‘voldoet aan het Bouwbesluit’. Helemaal voldoen aan het Bouwbesluit kunnen schepen nooit. En neen, bij verkoop geen overdrachtsbelasting over het schip. Die belasting is toch diefstal, al is er bij wet in voorzien.

    Reactie door Liesbeth Koning — maart 18, 2012 @ 12:23 am

  5. @Liesbeth,
    ik heb de indruk dat je behoort tot de doelgroep die belang heeft bij handhaving van de status quo. Ik stel voor om eerst de antwoorden op de schriftelijke vragen af te wachten en daarna conclusies te trekken.

    Reactie door Paulus Jansen — maart 18, 2012 @ 11:09 am

  6. Beste Paulus,

    Dit is inmiddels een vrij oude thread, het onderwerp daarentegen is nog steeds actueel. Ik heb gevonden dat Weekers destijds toe heeft gezegd een wijziging te doen. Deze heb ik tot nu toe nergens kunnen vinden. Is er al schot in de zaak?

    Mvg,
    Vincent

    Reactie door Vincent — oktober 20, 2014 @ 2:56 pm

RSS-feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI

Geef een reactie

www.sp.nl