Paulus Jansen

Weblog
Paulus Jansen

Wethouder wonen, ruimtelijke ordening, sport, dierenwelzijn en vastgoed in de gemeente Utrecht

zondag 5 februari 2012, 11.41 uur – paulus
Categorie: energie & klimaat

Back-up of back-out

Net voor het weekend kreeg ik het rapport Wind and gas; Back-up or Back-out “That is the Question” van Clingendael International Energy Program toegestuurd. Het rapport verkent de problematiek van en oplossingsrichtingen voor de grotere variatie in de productie van electriciteit, als we op grote schaal overschakelen op duurzame bronnen als wind en zon. Het is een interessant nieuw onderzoeksgebied, al denk ik dat de auteur de mogelijkheden om ons aan te passen aan de variatie van duurzaam energieaanbod onderschat.


zinkbedrijf Nyrstar in Budel kan zijn elektriciteitsbehoefte met 65MW afregelen als er een probleem is met het aanbod van stroom; dit soort flexibiliteit zal in de toekomst bij alle gebruikers nodig zijn als we meer gebruik gaan maken van duurzame bronnen

Electriciteit opgewekt door windmolens of zonnepanelen is niet dispatchable: je kan de productie niet aan of uitzetten op het moment dat de natuurlijke vraag toeneemt of afneemt.
Sterker nog, er zijn twee discrepanties tussen vraag en aanbod. De zon schijnt overdag en niet ’s nachts. Ook het windaanbod vertoont over dag/nacht een natuurlijke variatie, maar kan daarnaast sterk variëren door weersomstandigheden. Dit zijn de kortcyclische variaties.

Daarnaast zijn er variaties met een langere cyclus: de zon schijnt ’s zomers langer en intenser dan in de winter. De opbrengst van zonnepanelen is daardoor in de zomer veel groter. Voor wind is het precies omgekeerd: ’s winters waait het vaker en harder dan in de zomer. Maar ook in de winter kunnen (bv. in combinatie met strenge vorst) perioden van windstilte voorkomen.

Tegenstanders van windenergie gebruiken het dispatch-probleem als argument om duurzame energie af te serveren: kerncentrales en kolencentrales kunnen volgens hen goedkoop basisvermogen (baseload) leveren, terwijl gas- en waterkrachtcentrales de variatie in vraag kunnen opvangen. Als je voor iedere 100MW windvermogen 80MW fossiele of nucleaire backup nodig hebt loopt het kostenplaatje voor wind stevig op. Een tweede argument van de tegenstanders is dat het elektrische rendement van de back-up centrales veel lager wordt dan bij het huidige gebruik, als ze voortdurend op- en afgeregeld moeten worden om de variatie in wind te accommoderen.

Snijdt deze argumentatie hout? Absoluut, in de zin dat beide problemen reëel zijn. Ik vind alleen dat ze te pessimistisch zijn over de oplossingsrichtingen. Bovendien onderschatten (of zelfs: ontkennen) ze de gevolgen voor een voortzetting van de huidige elektriciteitsproductie die vrijwel geheel leunt op fossiele en nucleaire brandstoffen die in snel tempo duurder zullen worden, en die we moeten importeren uit regio’s waar je liever niet afhankelijk van bent.

Wat zijn de oplossingsrichtingen?
Allereerst meer vraagsturing. Dat kan met name voor korte-termijn variaties (paar uur tot paar dagen) een flinke bijdrage nemen. Volgens de Groningse hoogleraar Catrinus Jepma kan vraagsturing 15-20% van het effect van wegvallende windenergie opvangen. Dit lijkt me een interessant onderzoeksgebied. Mijn eigen inschatting is dat voor variaties van heel korteduur (< 1 uur) de mogelijkheden om het verlies aan aanbod met vraagsturing op te vangen veel groter zijn, zeker in de orde van 50%. Voor de variatie van het aanbod over het seizoen lijkt 15-20% effect van vraagsturing mij reëel. Duidelijk is wel dat voor vraagsturing allerlei aanpassingen op het niveau van netwerken (smart grids) en afnemers (productieinstallaties, consumentenapparatuur) nodig zijn. Die zijn niet gratis.

Een tweede oplossingsrichting is de inzet van extra flexibel gasvermogen dat complementair is aan windvermogen. Waterkracht is overigens ideaal om te balanceren, maar daarvan is de capaciteit veel te klein om de volledige vraag te kunnen dekken. Clingendael signaleert dat de huidige marktordening hier voor een probleem zorgt: in de merit-order van marginale kosten voor wind/zon, gas en kolen/nucleair zijn de marginale kosten van duurzaam vrijwel 0 (geen brandstof), gevolgd door kolen/nucleair (hoge kapitaallasten, relatief lage brandstofkosten) en gas (lage kapitaallasten, hoge brandstofkosten). Clingendael voorspelt daarom dat zonder aanpassing van de marktordening de groei van het aandeel wind zal leiden tot het sluiten van gascentrales, die we juist hard nodig hebben om (CO2-efficiënt) de fluctuaties in windaanbod te balanceren. Nora Méray van Clingendael pleit ervoor om de financiële waardering voor flexibele, snel in te zetten capaciteit in de elektriciteitsproductie (i.h.a. gascentrales) te verhogen.

Over een derde oplossingsrichting lees ik in het Clingendael rapport niets: het uitmiddelen van duurzame energieproductie over een groter gebied. Als alle grootschalige duurzame productie over grotere afstand gekoppeld wordt zal de variatie in productiecapaciteit veel minder zijn dan wanneer de windparken regionale eilanden vormen. Het Ierse bedrijf Airtricity stelde een jaar of vijf geleden al voor om een lange afstand koppelnet aan te leggen in en rond de Noordzee en Ierse zee.

Een vierde oplossingsrichting is het overdimensioneren van de capaciteit van duurzame bronnen. De overmaat kan je inzetten om bv. waterstof of synthetische methaan te maken, die je in tijden van windstilte kan gebruiken om het energieaanbod op peil te houden.

Een vijfde en laatste oplossingsrichting is het vergroten van de buffercapaciteit voor elektriciteit: piekcentrales, het benutten van de accu’s van de elektrische auto’s waarin we straks (waarschijnlijk) rondrijden. Belangrijke randvoorwaarde voor deze oplossing (en de vierde) is het verlagen van de kosten voor een buffer en/of het beperken van de energieverliezen bij het opslaan en onttrekken van elektriciteit aan de buffer.

De studie van Clingendael maakt duidelijk dat er bij de omschakeling naar duurzame energie veel meer komt kijken dan de bouw van windmolens of zonnepanelen. Het complete systeem van productie, opslag en verbruik zal op de schop moeten en ook aan de vraagzijde zijn grote aanpassingen nodig die voor de korte termijn gepaard gaan met forse investeringen. De kosten voor de energievoorziening zullen dan ook vrijwel zeker toenemen. De kunst is om de kwaliteit van de energievoorziening ook bij het gebruik van duurzame bronnen op peil te houden en de kostencurve op systeemniveau omlaag te krijgen. Als het kabinet Rutte zo verstandig is om de beta-studies wat aantrekkelijker te maken is dat een mooie uitdaging voor een nieuwe generatie studenten.

9 reacties »

  1. Waarom blijft vraagbeperking buiten beeld en gaan we er dus vanuit dat het verbruik blijft groeien? Hoe je de vraag op een willekeurig moment kunt halveren is mij onduidelijk.

    Een groot (europees) netwerk als buffer kent veel nadelen en is maar een beperkte oplossing. Toevoeging van veel hoogspanning kent zeer hoge kosten en helpt weinig met nauwelijks wind over een groot gebied.

    Bufferen in accu’s aanzienlijk duurder dan het bufferen in methaan en met een slechter rendement dus is met de huidige techniek niet zinvol. Wat is er mis met het gebruik van het bestaande gasnet en de beschikbare gasopslag-mogelijkheden? Het rendement mag dan kleiner zijn dan dat van waterkracht, de opslagruimte is aanzienlijk.
    De opmerking: “Belangrijke randvoorwaarde voor deze oplossing is het verlagen van de kosten voor een buffer en/of het beperken van de energieverliezen bij het opslaan en onttrekken van elektriciteit aan de buffer” is vreemd. De bufferkosten zijn veel kleiner dan bij accu’s of nieuwe waterkracht. Ook kan het verkregen gas als brandstof benut worden.

    Reactie door roland — februari 5, 2012 @ 7:44 pm

  2. Erg grappig dat je Nyrstar noemt, beste Paulus. Als je iets verder over de grens heen kijkt, zul je daar het grootste vrijeveld PV-systeem van de Benelux aantreffen bij hetzelfde bedrijf.

    7,6 MWp in twee velden, op het complex in Overpelt, Vlaanderen. Daar gaat heel wat zink van verwerkt worden, zeker met deze absurd zonnige en zeer winterse dagen…

    http://www.polderpv.nl/PV_Belgie_markt_actueel.htm#Nyrstar_7,6MW_installation

    Reactie door Peter Segaar/Polder PV — februari 7, 2012 @ 12:44 am

  3. Goed te lezen dat de koppeling gemaakt wordt met onze techniekstudies en dat er een oproep gedaan wordt om deze aantrekkelijker te maken voor scholieren. Het afschaffen van de studiebeurs in masterfase heeft nadelig effect op deze opleidingen. Het wordt immers een stuk goedkoper om een gemakkelijke en korte studie te volgen dan een wat intensievere en langere studie.

    Reactie door Bouke Bosgraaf — februari 7, 2012 @ 1:50 pm

  4. Het is duidelijk dat de auteur van dit rapport niet wist waar ze het over had. Ze is in de val getrapt om zich blind te staren op nominaal vermogen en het gelijk te behandelen als conventionele capaciteit (bijv gas, kolen of waterkracht).

    Kijk bijv. naar de tabel in 5.6 (pag 23) waar ze zonder blikken of blozen een back-up capaciteit van tot wel 95 GW projecteert voor 100 GW geinstalleerd windvermogen! Huh?

    Blijkbaar wist ze niet dat over een gebied zo groot als een land (zeg Spanje of Duitsland) het geproduceerd vermogen nooit de 70% overstijgt. Dus die 100 GW uit haar voorbeeld zal op enig moment nooit meer dan 70 GW genereren. Toch stelt ze dat we 95 GW back-up voor een ‘energiecentrale’ met een piekvermogen van 70 GW. Dat kan natuurlijk niet waar zijn. Het feit dat ze zich niet bewust was hiervan, toont aan dat ze zonder kennis van zaken allerlei getallen uit diverse onderzoeken bij elkaar heeft geveegd en er een leuk verhaaltje omheen heeft geschreven.

    Een ander voorbeeld: paragraaf 5.2 (pag. 19) waar ze zegt: “The WindTrade model showed limited benefit from interconnection across Europe: the capacity credit of wind increases from 8% (for separate EU countries) to not more than 14%” Ze vergelijkt op gevoel twee percentages en denkt: “Ach, 14% is nog steeds een klein percentage, dus wat maakt het uit?” Als de capacity credit stijgt van 8% naar 14% is dat een stijging van maar liefst 70%, Dat is zeker significant.

    ‘nameplate capacity’ is maar een technisch getal waar niet al te veel waarde aan gehecht moet worden bij windenergie. Beter is het om uit te gaan van het gemiddelde te verwachten vermogen. In geval van 100 GW wind zal het gemiddelde geleverde vermogen rond de 25 GW schommelen (25% capaciteitsfactor).

    De 100 GW aan wind uit haar voorbeeld produceert ongeveer evenveel energie op jaarbasis als 30 GW aan conventioneel vermogen. Aangezien de ‘capacity credit’ 14%, oftewel 14 GW, is, kan van die 30 GW 14 GW daadwerkelijk definitief gesloten worden en moet 16 GW blijven als backup. 16 GW backup dus, geen 95.

    Reactie door Anne van der Bom — juni 9, 2012 @ 11:19 am

  5. Beste Paulus
    zou het ook niet andersom kunnen zijn zie een stukje tekst uit mijn reactie boven.
    De praktijk
    Deze praktijk analyse van situatie in Engeland t.a.v. de inpassing van wind energie geeft goed weer wat de knelpunten zijn.
    http://www.jmt.org/assets/pdf/wind-report.pdf
    Bedenk daarbij dat wij geen gebruik van spaarbekkens kunnen maken om wisselingen in de levering van wind energie op te vangen.

    Ook Peter lang een zeer ervaren energiewetenschapper, die ook zijn sporen heeft verdiend in de praktijk, geeft aan dat te veel inpassing van windenergie in een energiesysteem als van ons meer co2 uitstoot zal gaan betekenen.
    http://bravenewclimate.files.wordpress.com/2009/08/peter-lang-wind-power.pdf

    Zoals ik al eerder heb aangegeven blindvaren op de modelstudies van kema en Ummels is gezien de praktijk niet raadzaam.

    De regelmogelijkheden van wkk en basislastcentrales gaat ten koste van een groot verlies van het totaalrendement in ons energiesysteem.
    Daarnaast is een basislastcentrale gebouwd om continu te draaien met een hoog thermisch rendement. zij zijn beperkt en kortdurend enkele procenten regelbaar.
    Meer betekent afblazen van de opgewekte stoom wat alleen verlies betekent en een enorme slijtage aan de turbine door trillingen bij op en afregelen en te grote temperatuursverschillen waardoor lekken en breuk van leidingen niet ondenkbeeldig zijn

    Reactie door Hugo Matthijssen — juli 19, 2012 @ 7:38 am

  6. Wind in de praktijk.

    eerst in het kader van de beeldvorming de vergelijking tussen wind en water als energiedrager.
    Lucht heeft een soortelijke massa van 0,0012 kg per dm3 op zeeniveau.
    Het verschil in soortelijke massa van lucht en water is dan ook ongeveer een factor 800
    Het vermogen van een molen of turbine is, naast het rendementsverlies van de energieoverdracht op de wieken/schoepen voornamelijk afhankelijk van de hoeveelheid massa die per tijdseenheid door de wieken ( turbine) stroomt.
    Hoe groot moet dan een windmolen zijn als die een continu draaiende waterturbine bij een waterkrachtcentrale met een diameter van 6 meter te vervangen (aangenomen dat er sprake is van een gelijke doorstroomsnelheid van lucht en water door de desbetreffende turbines)?
    Berekening
    Oppervlakte watermolen is dan 28,27 m2
    Een windmolen zal dan ook 800 x groter moeten zijn om hetzelfde vermogen te leveren wat neerkomt op 22615 m2 uitgaande van pi r2 geeft dat een wiekdoorsnede van ongeveer 170 m
    Een windmolen levert in onze omgeving ongeveer 25% van het opgestelde vermogen. ( gemiddelde van de afgelopen jaren van alle windmolens in Duitsland)
    Om die waterturbine met 6m doorsnee te vervangen zijn dan ook 4 van deze windmolens nodig.

    De praktijk
    Wat is de opbrengst van een windpark van 122 MW.
    Uitgaande van een gemiddelde opbrengst in Duitsland kom je door het jaar heen uit op dezelfde opbrengst als een een continu draaiende basislastcentrale van 30 MW.
    Daarnaast zijn er langdurige perioden dat het niet of te weinig waait ( de opbrengst van windturbines neemt toe met de windsnelheid tot de derde macht) zodat je er van uit kunt gaan dat de levering sterk fluctueert tussen 0MW en piek 122 MW.
    Ook is de piek ongeveer 4x zo hoog als de continu draaiende basislastcentrale.
    Daarvoor zijn dan 2 oplossingen te bedenken
    1e het transportnet vier keer zwaarder maken of naast ieder windpark snelstartende gasturbines plaatsen.
    Deze snelstartende gasturbines hebben echter een rendement van ongeveer 30%. Grootschalige toepassing hiervan heeft dan ook een rendement verlagend effect op het energiesysteem waarbij de 0 lijn ongeveer bereikt wordt bij 10 tot 15% windcapaciteit op het net.

    Terug naar de praktijk
    This analysis uses publicly available data for a 26 month period between November
    2008 and December 2010 and the facts in respect of the above assertions are:
    1. Average output from wind was 27.18% of metered capacity in 2009, 21.14% in 2010, and 24.08%
    between November 2008 and December 2010 inclusive.
    2. There were 124 separate occasions from November 2008 till December 2010 when total generation from the windfarms metered by National Grid was less than 20MW. (Average capacity over the period was in excess of 1600MW).
    3. The average frequency and duration of a low wind event of 20MW or less between November
    2008 and December 2010 was once every 6.38 days for a period of 4.93 hours.
    4. At each of the four highest peak demands of 2010 wind output was low being respectively 4.72%,
    5.51%, 2.59% and 2.51% of capacity at peak demand.
    5. The entire pumped storage hydro capacity in the UK can provide up to 2788MW for only 5 hours
    then it drops to 1060MW, and finally runs out of water after 22 hours.

    In de praktijk betekent dat dat we zonder de mogelijkheid van grootschalige opslag, waarmee we snel grote vermogens kunnen bufferen, we wat windcapaciteit op het net betreft even moeten nadenken.
    Dat is ook het advies van de energieraad.

    Kema heeft wel oplossingen
    Je maakt je net inderdaad flexibel als je de wkk centrales wegdrukt en vervolgens roept dat je daarnaast dan maar een aparte warmtebron moet bouwen en je je basiscentrales vervangt door snelstartende gasturbines. Dan zit je wat inpassing van wind betreft goed maar wat is het effect van dit soort oplossingen op het rendement?
    Bedenk daarbij dat juist die pieken van wind ook extra netcapaciteit nodig maakt en je grootschalige windparken niet op een punt aan land kunt brengen. Dan zou er al gauw sprake zijn van congestie.

    Paulus
    Nu je oplossingen

    Je geeft het volgende aan:
    Mijn eigen inschatting is dat voor variaties van heel korte duur (< 1 uur) de mogelijkheden om het verlies aan aanbod met vraagsturing op te vangen veel groter zijn, zeker in de orde van 50%. 
    Heb je daarbij rekening gehouden met de het effect van de windsnelheidverschillen op de levering? ( v tot de 3e )
    Met name bij variaties in windsnelheid tussen 8 en 16 meter per seconde kan betekenen dat er relatief snel pieken en dalen optreden met een verschil van meer dan een verdubbeling van de levering

    De praktijk
    De link van dit rapport heb je al.
    The significant information to come from this analysis is the aggregated lengths of time at
    unexpectedly low levels of output:
    •More than half the time below 20% of capacity.
    •Over one third of the time below 10% of capacity.
    •The equivalent of one day in twelve below 2.5% capacity.
    •The equivalent of just under one day a month below 1.25% capacity.
    Incidence of Very Low Wind Events
    The record was scrutinised for “Very Low Wind Events”. Periods in which generation from the
    total metered capacity was 10MW or less and 20MW or less were identified and recorded,
    regardless of the level of metered capacity at the time. (The average metered capacity over the
    study period was in excess of 1600MW so these represented very small percentages of capacity
    whenever they occurred).

    Een tweede oplossingsrichting is de inzet van extra flexibel gasvermogen dat complementair is aan windvermogen. Waterkracht is overigens ideaal om te balanceren, maar daarvan is de capaciteit veel te klein om de volledige vraag te kunnen dekken. 

    Dat betekent dat je bij de de bouw van windparken ook rekening moet houden met de bouw van extra gascapaciteit waarbij het raadzaam is die zo dicht mogelijk bij het windpark te plaatsen. Daarmee voorkom je grote pieken op het net. GE bouwt daar al units voor.
    Dat vraagt wel een forse uitbreiding van het gasnet om die pieken grootschalig te kunnen opvangen. Daar wordt echter al aan gewerkt heb ik begrepen
    Nogmaals hou dan wel rekening met een fors verlies aan rendement van het fossiele deel van het net(meer co2 uitstoot).

    Oplossing 3
    Het uitmiddelen van duurzame energieproductie over een groter gebied. Als alle grootschalige duurzame productie over grotere afstand gekoppeld wordt zal de variatie in productiecapaciteit veel minder zijn dan wanneer de windparken regionale eilanden vormen.
    Nu de praktijk afgelopen winter hebben we een periode gehad van 2 maanden met relatief weinig wind niet alleen hier maar ook in onze omliggende landen.
    Buiten lokale depressies met relatief kleinere fronten kunnen weersystemen groot zijn en de windmolens van zuid Engeland tot aan Zweden stilstaan.

    Bedenk ook wat het kost aan energie voor de bouw en de productie van de gebruikte materialen ( koper of aluminium) fundamenten en isolatie met daarnaast eilanden waar je kunt regelen en balanceren))om dergelijke netten te bouwen en daarna de kosten om ze te onderhouden.
    Zet dat af tegen wat je er in de praktijk werkelijk mee kunt bereiken.

    Nu de laatste 2
    Een vierde oplossingsrichting is het overdimensioneren van de capaciteit van duurzame bronnen. De overmaat kan je inzetten om bv. waterstof of synthetische methaan te maken, die je in tijden van windstilte kan gebruiken om het energieaanbod op peil te houden.
    Waar denk je aan wat overdimensionering betreft? We willen nu molens en parken bouwen met een hoogte ruim boven de 100 meter. Waar wil je de ruimte vinden?
    Ben je op de hoogte van de verliezen die ontstaan als je elektriciteit wil gebruiken om waterstof te produceren en vervolgens de waterstof te gebruiken in brandstofcellen of verbrandingsmotoren.
    Energie gaat niet verloren maar iedere omzetting betekent verlies aan warmte.
    Je houdt misschien 20% over ( ook een schatting je zou het kunnen laten uitrekenen).
    Een vijfde en laatste oplossingsrichting is het vergroten van de buffercapaciteit voor elektriciteit: piekcentrales, het benutten van de accu’s van de elektrische auto’s waarin we straks (waarschijnlijk) rondrijden. Belangrijke randvoorwaarde voor deze oplossing (en de vierde) is het verlagen van de kosten voor een buffer en/of het beperken van de energieverliezen bij het opslaan en onttrekken van elektriciteit aan de buffer.
    Wat betreft elektrische auto's waar denk je het materiaal vandaan te halen voor die miljoenen accu's die je daar voor nodig hebt. Hoeveel laad- en ontlaad cycli kunnen deze accu's hebben?

    Beste Paulus
    Je spreekt in je stukjes over voor en tegenstanders van wind energie en brengt dit onderwerp daarmee op een level waarbij het gaat om winnen en verliezen.
    Het gevolg daarvan kan zijn "kampvorming" selectieve waarneming en het weglaten van zaken die niet in je beeld passen.
    Daarmee bouw je niet aan de toekomst
    Uit je profiel blijkt dat je veel weet van constructies.
    Als je nu een winkelcentrum bouwt en je houdt onvoldoende rekening met de sneeuwbelasting of de piekafvoer bij een hoosbui dan zul je direct roepen dat het een kwestie van tijd is voor het fout gaat. Je kunt het op je klompen aanvoelen.

    Waarom dan op het vlak van energievoorziening dan niet wat breder gekeken even een pas op de plaats maken en bezinnen zou zinvol kunnen zijn.

    Als nu blijkt dat de werkelijkheid toch wat genuanceerder is wat betekent dat dan voor de miljarden die nu worden geïnvesteerd.
    Windmolens zijn in termen van een vraaggestuurde energievoorziening ondingen en vervolgens worden allerhande oplossingen bedacht om de nadelen te beperken waarvan de haalbaarheid in de praktijk de nodige vraagtekens oproepen.

    Als we nu eens alle energie gaan inzetten in fundamenteel technisch onderzoek dan zou dat mogelijk veel effectiever kunnen zijn.

    Willen we zo groen mogelijk dan zou dit de komende 30 jaar een mogelijk alternatief kunnen zijn

    http://www.wetenschapsblog.nl/2010/01/03/is-thorium-het-uranium-van-de-21ste-eeuw/

    Reactie door Hugo Matthijssen — juli 20, 2012 @ 9:05 am

  7. @Hugo,

    Dank voor je uitgebreide reactie, ik ben het heel erg met je eens dat alle ingezette technieken, ook de duurzame, hun plussen en minnen hebben. Daarom ben ik er ook voorstander van om zo weinig mogelijk techniek-specifiek beleid te hebben en vooral te sturen op het einddoel: zoveel mogelijk groei van duurzame energie tegen een zo laag mogelijke (all-in) prijs.
    Toch bespeur ik bij jou een zekere focus op technieken. Zo is de soortelijke massa van water 800x groter dan van lucht, maar hebben we in Nederland maar weinig verval beschikbaar, wat de rentabiliteit van deze optie onder druk zet. Ook bij waterkracht en getijdecentrales is het aantal vollasturen veel kleiner dan 100%. Het NUON windpark Zuidlob heeft omgerekend 35% vollasturen, wat neerkomt op een gemiddelde capaciteit van 42MW. Dat is toch 40% meer dan jouw schatting.
    Over thorium heb ik op deze blog al eens een artikel geschreven na de tsunami bij Fukushima. Ik volg al deze ontwikkelingen met belangstelling, maar weet uit ervaring dat het gras bij de buren altijd groener lijkt!

    Reactie door Paulus Jansen — juli 20, 2012 @ 2:00 pm

  8. Beste Paulus.
    Het is geen zonde om techniek erbij te halen.
    met name bij de afweging van beleid inzake energie kan technisch denken realistisch denken zijn.
    Wat betreft mijn voorbeeld wind/water dat was een theoretisch verhaal bedoeld om de relatieve beperkingen van windturbines als energieproducent aan te geven.

    Bij water is verval essentieel om voldoende snelheid te halen en daarmee voldoende productie. te leveren.
    Daarom zijn in onze omgeving getijde centrales geen optie. De omvang zou gigantisch moeten zijn tegen een marginale productie in een beperkt deel van het etmaal.
    Je zult daarbij ook nog steeds back up centrales moeten blijven gebruiken.

    Wat je terecht aangeeft is dat de gemiddelde schatting van het nog af te bouwen windpark op 35% uitkomt.

    Let wel dat was een schatting die ook in Engeland werd gedaan en mooi staat in subsidieaanvragen.

    De gemeten werkelijkheid over een periode van meer dan 2 jaar bleek deze schatting echter nog niet eens te benaderen.

    The basis for calculation of average output is the actual output expressed as a percentage of
    metered capacity over the specified period.
    Average outputs from metered wind farms were:
    2008 (November and December only) 31.72%
    2009 27.18%
    2010 21.14%
    2009/2010 23.63%
    2008/2009/2010 24.08%
    The belief that onshore wind farms generate on average 30% of rated capacity is not
    supported by the record of generation from November 2008 to December 2010 inclusive.

    nogmaals de link
    http://www.jmt.org/assets/pdf/wind-report.pdf

    De praktijk is dan ook minder mooi als de planvorming waarmee de werkelijkheid dicht bij het door mij genoemde getal komt.
    Verder is het raadzaam ook rekening te houden met een afnemende windfactor de afgelopen jaren waardoor de opbrengst nog lager kan zijn.

    Met vriendelijke groet
    Hugo Matthijssen

    Ps Dit was voor mij een van de redenen om een klacht in te dienen bij de nationale ombudsman.
    Er wordt in Nederland bij de beleidsontwikkeling te veel van theoretische modellen en schattingen uitgegaan.

    Reactie door Hugo Matthijssen — juli 26, 2012 @ 9:25 am

  9. Paulus ter info een van de risico’s van teveel wind op het net nu de kerncentrales worden afgeschakeld zie deze link.
    http://www.deingenieur.nl/nl/nieuws/18422/black-out-duitsland-dreigde-in-februari.html

    groeten

    Reactie door Hugo Matthijssen — augustus 1, 2012 @ 12:58 pm

RSS-feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI

Geef een reactie

www.sp.nl