Paulus Jansen

Weblog
Paulus Jansen

Wethouder wonen, ruimtelijke ordening, sport, dierenwelzijn en vastgoed in de gemeente Utrecht

vrijdag 27 maart 2009, 17.25 uur – paulus
Categorie: energie & klimaat

Groenboek Europees energienetwerk

De Tweede Kamer overlegt meestal mondeling met bewindspersonen (“algemeen overleg”). Soms wordt er echter gekozen voor schriftelijk overleg, met name als het gaat om ingewikkelde, technische onderwerpen. Een voorbeeld daarvan is de behandeling van het Groenboek ‘Naar een Europees energienetwerk voor een continue, duurzame en concurrerende energievoorziening’.

offshorewind

Iedere overheidsinstelling heeft zijn eigen jargon. De Europese Unie is daar helemaal rijk mee gezegend. Een groenboek is een discussiestuk, dat op hoofdlijnen bespreekt hoe de Europese Commissie tegen een probleem aankijkt. In dit geval gaat het om de koppeling van de nationale elektriciteitsnetwerken.

Vandaag kwamen de antwoorden van minister Van der Hoeven op de schriftelijke inbreng van de fracties binnen. Een interessant antwoord op een van mijn vragen was dat de minister overweegt om weer een producententarief voor de netwerkkosten in te voeren. Op dit moment betalen alleen de klanten voor het gebruik van het netwerk -het beruchte capaciteitstarief.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

7. In de praktijk van de afgelopen decennia zijn grensoverschrijdende netwerken binnen de EU met name uitgebreid om import en export van fossiele stroom en atoomstroom mogelijk te maken. De leden van de SP-fractie constateren dat door de liberalisering van de energiemarkten er op dit moment geen enkele sturing meer is op het vestigingsbeleid en de brandstofmix van grootschalige elektriciteitsproductie. De gevolgkosten van de vestigingskeuze voor de netwerken worden niet betaald door de commerciële energiebedrijven, maar gesocialiseerd. Deze situatie is naar hun mening onwenselijk uit het oogpunt van optimalisatie van de maatschappelijke kosten van energieproductie. Ook is hier feitelijk sprake van een sluiksubsidie aan grootschalige fossiele en atoomstroom-productie, die de ontwikkeling van duurzame energieproductie frustreert. Waarom doet het Groenboek geen voorstellen om dit structureel gebrek op te lossen?
De meeste grensoverschrijdende hoogspanningsverbindingen stammen uit een tijd dat – afgezien van waterkracht – elektriciteit uit fossiele en nucleaire bron werd opgewekt. Het primaire doel was het leveren van onderlinge bijstand tussen de elektriciteitsbedrijven in de verschillende lidstaten in geval van calamiteiten, bijzonder onderhoud e.d. Deze interconnectoren zijn dus niet aangelegd met het oog op de handel in elektriciteit, maar worden daar naarmate de internationale elektriciteitsmarkt groeit wel voor gebruikt. Natuurlijk dragen deze interconnectoren ook bij aan een versterking van de onderlinge leveringszekerheid en een betere betrouwbaarheid van de netwerken.

Ook binnen de geliberaliseerde energiemarkten vindt sturing plaats op het vestigingsbeleid van grootschalige elektriciteitsproductie. In Nederland vindt dit plaats door de Structuurschema´s Elektriciteitsvoorziening. Tot 2004 betaalden de centrales van Nederland, ongeacht de brandstof, een nettarief aan TenneT. Kleinere meest duurzame installaties betaalden in het geheel geen nettarief. Het is dus niet zo dat de genoemde grote centrales de afgelopen decennia gratis gebruik konden maken van het net. Omdat in de buurlanden géén tarief bij de centrales werd geheven, had dit tarief een concurrentieverstorend effect voor de Nederlandse producenten, waardoor onbedoeld de invoer van elektriciteit werd gestimuleerd. Met het oog hierop heeft de NMa dat tarief per 1 juli 2004 op nul gesteld. Zeker nu Nederland meer elektriciteit lijkt te gaan exporteren, acht ik het gewenst de herintroductie van een producententarief te bezien. Ik ben reeds in samenspraak met de NMa een analyse gestart van de voor- en nadelen van een dergelijk tarief. Gezien de Europese context van dit soort tarieven, zal ik de Europese Commissie te zijner tijd aandacht vragen voor dit punt.

8. Blijkens het Groenboek is er door de EU een coördinator aangesteld voor het toezien op de voortgang van de realisatie van een verbinding tussen de windparken op de Oostzee en de Noordzee. Sinds wanneer is deze coördinator aangesteld? Wat heeft dat tot dusver aan resultaten opgeleverd?
EU Coördinator dhr G.W. Adamowitsch is zijn werkzaamheden voor de ‘Aansluiting van offshore windenergie in Noord Europa (Noordzee en Baltische Zee)’ in september 2007 begonnen. Uit zijn eerste jaarverslag van september 2008 is gebleken dat Europese oplossingen noodzakelijk zijn die de huidige nationale benaderingen voor planning, beheer en toezicht van grensoverschrijdende elektriciteitstransporten kunnen vervangen. Het is de bedoeling dat in het tweede jaar van zijn werkzaamheden daarvoor stap voor stap een strategie zal worden uitgewerkt. Op dit moment overlegt de coördinator Adamowitsch daarover met de Europese netbeheerders en industrie.

9. Gesteld wordt dat het netwerk dat de windparken verbindt ook geschikt moet zijn voor handel en balancering. Vereist dit extra investeringen en zo ja: welke? Waarom wordt in dit rijtje niet genoemd “onderlinge bijstand van lidstaten in geval van calamiteiten, bijzonder onderhoud e.d.? Wat is de volgorde van de behandeling van claims als er voor een verbinding sprake is van grotere vraag dan de beschikbare capaciteit?
Deze vraag heeft betrekking op de Mededeling van de Europese Commissie van 11 november 2008 over Offshore Windenergie waarin inderdaad is opgemerkt, dat er behoefte bestaat aan een betere grensoverschrijdende samenwerking op het terrein van lange termijn netplanning en netbeheer, waaronder congestiemanagement en verbeterde mechanismen voor grensoverschrijdende handel en balancering. Voor de inpassing van offshore windenergie zullen in de toekomst inderdaad aanvullende investeringen in uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet moeten worden gedaan, zeker indien men de windparken op zee met elkaar wil verbinden door middel van een offshore elektriciteitsnetwerk. Het is echter nog niet duidelijk welke investeringen daarvoor precies benodigd zullen zijn.
Onderlinge bijstand van lidstaten in geval van calamiteiten en bijzonder onderhoud zijn vanzelfsprekende, primaire functies van interconnectie verbindingen, ook als deze ten behoeve van offshore windparken worden aangelegd. Het huidige Europees stelsel voor congestiemanagement op interconnectoren functioneert zonder noemenswaardige problemen. Doorgaans wordt de volgorde van aanvragen voor transportcapaciteit op een interconnector in een veiling op een transparante en non-discriminatoire wijze geveild.

10. De EU ziet het powerlink-project, waarbij het Poolse en Litouwse netwerk gekoppeld worden, als een prioritair project. Kan worden aangegeven waarom dit bilaterale project de inzet van de EU nodig heeft? En meer in zijn algemeenheid; wat zijn de criteria voor de EU om de realisatie van een project tot Europese prioriteit te bestempelen?
Ik deel de mening van de SP dat het belangrijk is dat er heldere criteria worden gesteld aan het geven van prioriteiten ten aanzien van TEN-E projecten. In de kabinetsreactie aan de Europese Commissie vraag ik in lijn hiermee nadrukkelijk aandacht voor bij de Europese Commissie.

11. De leden van de SP-fractie onderschrijven de stelling van de Europese Commissie dat energieopslag een cruciaal element is voor het verduurzamen van de elektriciteitsvoorziening. Voor gasopslag is er primair een belang vanuit de leveringszekerheid, al zou op termijn ook de productie groen gas gebaat kunnen zijn bij de beschikbaarheid van voldoende opslagfaciliteiten. De leden van de SP-fractie zijn van mening dat het Groenboek ook op het gebied van energieopslag de verhouding tussen centraal en decentraal onderbelicht laat. Net als bij productie en netwerken zijn deze leden van mening dat decentrale opslag strategische voordelen heeft. Waarom wordt daar zo weinig aandacht aan besteed?
Ik deel de mening van SP-fractie dat energieopslag bijdraagt aan de flexibiliteit die nodig is bij het verduurzamen van de energievoorziening. Aangezien het Groenboek weinig aandacht aan het flexibiliteitsvraagstuk besteedt, neem ik uw vraag mee richting de Europese Commissie in het kader van deze kabinetsreactie.

12. Om nodeloze EU-bureaucratie te vermijden zou het wat betreft de leden van de SP-fractie een interessante optie zijn om te onderzoeken of er voordelen verbonden kunnen zijn aan de vorming regionale grensoverschrijdende netwerkbedrijven, waarbij de betrokken lidstaten naar rato van het aantal inwoners participeren. Kan worden toegelicht wat bedoeld wordt met “een duidelijke rol voor de ENTSO’s en het ACER”?
Door middel van het derde EU pakket energieliberalisering wordt invulling gegeven aan de verdere integratie van de Europese energiemarkt, coördinatie tussen de verschillende regio’s binnen de EU en verdere ontwikkeling van regionale markten. ENTSO elektriciteit en gas, zijn de overkoepelende organisaties van alle Europese transmissienetbeheerders. Deze organisaties worden gevormd ten behoeve van het verder vormgeven van de interne markt door middel van samenwerking op het gebied van ondermeer uitbreidingsinvesteringen, netplanning, ontwikkeling van netcodes en marktkoppeling. Er is reeds sprake van verdergaande samenwerking tussen transmissienetbeheerders specifiek op het gebied van de organisatie van veilingen op de interconnecties en in operationale veiligheidscentra om de leveringszekerheid te waarborgen. Dit past in de lijn van de verdergaande regionale integratie. In navolging op het derde pakket energieliberalisering wordt het energie agentschap (ACER) opgericht dat zorgt voor extra monitoring en toezicht op de Europese energiemarkt. Het agentschap adviseert de Europese Commissie, ziet toe op de samenwerking tussen de transmissienetbeheerders (verenigd in ENTSO Elektriciteit en Gas) en nationale toezichthouders, in Nederland de NMa. Tijdens de onderhandelingen over het derde pakket heb ik nadrukkelijk gepleit voor een duidelijke rol voor ENTSO en ACER gericht op de versterking van de grensoverschrijdende samenwerking. Belangrijk is dat het ACER hier een adviserende en toetsende rol heeft ten opzichte van het ENTSO en de nationale toezichthouders, zonder dat het ACER beslissingsbevoegdheden krijgt die nu nationaal zijn belegd zoals bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen voor interconnecties.

13. Deze leden zouden graag een nadere toelichting zien in welke mate de strategische belangen van Nederland met ieder van de prioriteiten gediend zijn.
14. Hoeveel EU-fondsen worden ingezet voor elk van de zes projecten?
15. In hoeverre is hier sprake van een beloning voor laks nationaal beleid in het recente verleden?
Zoals ik al in de beantwoording van de vraag 1 heb aangegeven is een goede infrastructuur met voldoende (internationale) verbindingen essentieel voor een goed werkende Europese interne energiemarkt en de ontwikkeling van de regionale markten. Een goed werkende interne markt heeft voordelen voor alle lidstaten die onderdeel uitmaken van deze interne markt. Het gaat om de voordelen zoals meer concurrentie, een betere betrouwbaarheid van de netwerken en levering van energie en de toegang tot (duurzame) energiebronnen binnen de Europese Unie. Door de Europese Commissie gestelde prioriteiten dragen in verschillende mate direct en indirect bij aan bovengenoemde doelen voor de Europese Unie en Nederland. Het feit dat het netwerk op de Noordzee voor windenergie als prioriteit wordt gekenmerkt, levert echter het meest concreet een potentiële bijdrage aan de energiedoelstellingen en strategische belangen van Nederland. Indien het netwerk op de Noordzee daadwerkelijk gerealiseerd wordt, zorgt dit voor een grote impuls voor windenergie in Noordwest Europa, daarmee voor de duurzaamheidsdoelstellingen van de betrokken lidstaten en een vermindering van de afhankelijkheid van andere (fossiele) energiebronnen. De uitbreidingen van de aanvoerroutes van gas zijn van belang om een verdergaande diversificatie van aanvoerroutes binnen Europa te verkrijgen en in het kader van de Nederlandse gasrotonde ambities.

Het bedrag van 155 miljoen euro is bedoeld voor de TEN-E haalbaarheidsstudies als geheel. Het is niet bekend welk bedrag ingezet zal worden voor de afzonderlijke zes prioriteitsgebieden. De hoogte van het bedrag is afhankelijk van de projectaanvragen. De projectaanvragen kunnen ieder jaar in het kader van ‘call for proposals’ worden ingediend bij de Europese Commissie. Voor het jaar 2009 werd 26 miljoen euro vrij gemaakt voor de succesvolle TEN-E projectaanvragen.

Het feit dat ten aanzien van de TEN- E budgetten met name prioriteit wordt gegeven aan projecten in meer recent toegetreden lidstaten en op locaties in het Europese netwerk waar tot nu toe minder verbindingen bestaan, kan ik begrijpen vanuit het oogpunt van enerzijds solidariteit en de eerder genoemde gemeenschappelijke voordelen voor een goed werkende interne energiemarkt voor alle lidstaten. Daarnaast betreft het niet alleen oude infrastructurele projecten die nog niet zijn uitgevoerd, maar veelal ook zeer innovatieve projecten die nog gerealiseerd moeten worden of projecten die pas relatief recent als waardevol voor de EU zijn gekwalificeerd.

Reageren? »

Reageren?

RSS-feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI

Geef een reactie

www.sp.nl