Paulus Jansen

Weblog
Paulus Jansen

Wethouder wonen, ruimtelijke ordening, sport, dierenwelzijn en vastgoed in de gemeente Utrecht

donderdag 13 november 2008, 11.12 uur – paulus
Categorie: water

Waterveiligheid

24% van de Nederlandse waterkeringen voldoet niet aan de Deltanorm van 1960 en van 30% van de waterkeringen is niet bekend of ze aan die norm voldoen. Alarmerend? Volgens staatssecretaris Huizinga niet, want zij wil het toezicht op de waterveiligheid verder uitkleden.


De Maeslantkering is een cruciale schakel in de waterveiligheid van de Rijnmond.

Gistermiddag sprak de commissie verkeer en waterstaat met de staatssecretaris. Die wil de veiligheidsnormen binnenkort aanscherpen. De logische vraag is dan: zouden we er niet eerst voor zorgen dat we als de wiedeweerga aan de oude norm gaan voldoen?

Voor wat betreft het toezicht wordt een bezuiniging op de formatie verkocht als een verbetering: de inspectie gaat zich voortaan vooral bezig houden met systeemtoezicht. Bij zo’n term gaan bij mij de haren overeind staan.
De SP wil dat er voor alle uitvoerende partijen sprake is van één externe toezichthouder, die niet alleen op papier controleert, maar ook met de voeten in de modder staat.

Aan het eind van het debat had de staatssecretaris geen antwoord op mijn vraag hoe het mogelijk was dat -ondanks het in haar ogen voortreffelijke toezicht op de waterveiligheid- de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg na oplevering geen faalkans van 1:1000, maar van 1:50 bleek te hebben. Daar krijgen we nu schriftelijk antwoord op.

Lees hier mijn inbreng bij het Algemeen Overleg waterveiligheid op 12 november 2008
De staatssecretaris is van plan om –in lijn met het advies van de deltacommissie- de normen voor waterveiligheid op dezelfde leest te schoeien als die voor de luchtvaart, het vervoer van gevaarlijke stoffen en dergelijke. De SP vindt dat in principe een logische gedachte. Het is niet goed te verdedigen om de norm voor het individueel en groepsrisico in de chemische industrie aan te scherpen als de kans dat je aan een overstroming overlijdt honderd keer zo groot is.

Het overstappen op de risicobenadering en het leggen van de lat op gelijke hoogte als bij andere risicoveroorzakers zou de norm ongeveer met een factor tien aanscherpen. Toch zet de econoom Jonkhof in Economisch Statistische Berichten van 17 oktober jl. vraagtekens bij strengere normen, zolang we nog niet eens de oude normen halen. Een kwart van de Nederlandse primaire waterkeringen voldoet niet aan de deltanormen van 1960 en van 30 procent is nog niet met zekerheid vast te stellen of ze de norm halen. Daarom pleit Jonkhof ervoor om prioriteit te geven aan het handhaven van bestaande normen en een stabielere financiering via een Deltafonds. Wat vindt de staatssecretaris van deze suggestie? En hoe staat het met de kwaliteit van de secundaire waterkeringen?

Verder lijkt het ons logisch om de discussie over de nieuwe normen af te ronden tegelijk met de finale behandeling van het advies van de Deltacommissie eind 2009. Vindt de staatssecretaris dat ook?

Ik kom daarmee op de organisatie en de kwaliteit van de handhaving. De visie van de staatssecretaris “Toezicht waterbeheer in ontwikkeling” komt kort gezegd neer op selectiever toezicht, gericht op de kwaliteitscontrole van het interne toezicht bij de lagere overheden en marktpartijen. Bij termen als selectiever toezicht bekruipt mij een groot wantrouwen. Betekent dit niet gewoon: minder toezicht en méér zelfregulering?

Kan de staatssecretaris de SP-fractie uitleggen wat er logisch aan is om het toezicht uit te kleden als zelfs met het huidige toezicht 30% van onze waterkeringen onder de maat is? De enige logica die ik hierin kan ontdekken is die van het regeerakkoord, waar afgesproken is om het mes te zetten in de formatie van de rijksoverheid, zonder aan te geven wat dit betekent voor de uit te voeren taken. Die logica was en is niet onze logica.

De staatssecretaris stelt dat de Inspectie V&W-waterbeheer zich vooral richt op de goede werking van het systeem rond de uitvoering en toepassing van de waterwet en daarmee de ministeriële systeemverantwoordelijkheid ondersteunt. Wat bedoelt ze daar precies mee? Iets verderop gaat het over audits en dieptecontroles, dat klinkt allemaal als 100% papierwerk. Gaat de inspectie ook nog met de laarzen in de modder staan door ter plekke te controleren of de werkelijke toestand is zoals hij op papier beschreven wordt? Op p.8 wordt gesproken over het stroomlijnen van het interbestuurlijk toezicht, kan de staatssecretaris dat nader toelichten?

Samenvattend: de SP-fractie dringt aan op verbetering van het toezicht via steekproefsgewijze controles, niet alleen op basis van papieren verantwoording, maar ook door inspectie ter plekke. En met stevige sancties in geval van overtreding van de wet.
Als de staatssecretaris haar koers niet bijstelt overwegen wij op dit punt een uitspraak van de Kamer te vragen.

Meer lezen?
zie dossier Nationaal Waterplan/Deltacommissie

1 reactie »

  1. Zolang de werkelijkheid zich maar aan het papier aanpast, komt alles helemaal goed. Anders staan we dadelijk állemaal met onze voeten in de modder.

    Reactie door Joram — november 14, 2008 @ 6:27 pm

RSS-feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI

Geef een reactie

www.sp.nl